Cor van Gulik

Cor van Gulik werd geboren in 1938 in Zevenbergen Noord-Brabant. Hij studeerde aan de Akademie voor Kunst en Vormgeving St. Joost in Breda. Dankzij de Ary Scheffer Prijs - een studiebeurs  genoemd naar de Dordtse romantische schilder  uit de 19e eeuw -  kon hij vervolgens studeren aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Hij richtte zich op zowel beeldhouwen als schilderen, grafiek en tekenen. In 1994 ontving hij de Jacob Hartogprijs voor zijn gehele oeuvre. Een groot aantal van zijn werken is te zien in de openbare ruimte, bijvoorbeeld langs de Randweg in Dordrecht (Schapenkoppen), in het beeldenpark te Zwijndrecht (Jurk) en in diverse particuliere verzamelingen, bedrijfscollecties en artotheken.

 

‘Alles wat ik maak heb ik gezien’

Al het werk - de etsen, de tekeningen en de beelden - komt met minimalistische middelen tot stand. Met streepjes, stippen, lijntjes, vegen, vouwen in het papier en lasnaden in zijn beelden. De ritmes en structuren die hij ermee maakt vormen de ondergrond, het patroon waarop de lijnen, vlakken en volumes vorm krijgen en geven, voorzien van de nodige accenten, het werk gestalte. Een ander kenmerk van zijn werkwijze is de directheid van het beeld. Zodra de grondvorm is bereikt is het werk af. Van Gulik heeft een afkeer van mooiigheid. Het treffen van de kern van de zaak, dat moet kaal en puur gedaan worden. Werkend  reageert hij op wat hij ziet of heeft gezien en levert hij realistisch commentaar. Humoristisch (Zij van Hiernaast, Schoeisel), ironisch (Mannentorso)  maar ook betrokken en geraakt in torso’s die geschonden zijn door ziekte en chirurgische ingrepen. In Tuinmeubilair verwijst hij naar het perspectief zoals kinderen dat gebruiken. Voor Van Gulik vraagt alles om commentaar en hij geeft het graag. Daar komt bij dat de omgeving hem snel en gemakkelijk tot zo’n reactie provoceert.

 Samengevat uit: Cor van Gulik  ‘Alles wat ik maak heb ik gezien’. Ge van Steenbergen.